Isolatie-indicatie cliënten en testbeleid medewerkers draaiboek luchtweginfecties

Isolatie-indicatie cliënt

Alleen wanneer een cliënt ziek is en het voor behandeling van belang is te weten (of uit te sluiten) wat de veroorzaker is, kan alleen de behandelaar besluiten tot het afnemen van een test op Corona, Influenza en RS-virussen. Hiervoor moet een PCR-test gebruikt worden en geen sneltest.  
Wanneer deze cliënt positief getest is op een van deze virussen moet de cliënt geïsoleerd verpleegd worden. 

Daarnaast kan alleen de behandelaar een cliënt in isolatie leggen wanneer deze koorts heeft (>38,5) en klinisch ziek is. 

Als een cliënt dus niet klinisch ziek is, en alleen wat milde verkoudheidsklachten heeft, is er geen indicatie voor testen en dus ook geen indicatie voor isoleren. 

Testbeleid medewerker

Wanneer een medewerker lichte verkoudheidsklachten heeft en wel in staat is om te werken, komt de medewerker werken en draagt hij/zijn een chirurgisch mondneusmasker type IIR of een FFP2 masker. Er is geen indicatie om te testen. Is er wel getest en is de test positief voor Corona, Influenza of RS-virus, dan kan de medewerker ook werken met een chirurgisch mondneusmasker type IIR of een FFP2 masker.

Wanneer de medewerker door ziekte niet meer in staat is om te werken gaat hij/zij naar huis en meldt zich volgens de geldende procedure ziek. De medewerker hoeft niet in isolatie. Vanuit de werkgever is er geen indicatie om te testen. 

Bij klinisch herstel van de medewerker meldt deze zich beter volgens de geldende procedure en komt weer werken. Wanneer de medewerker (nog) (lichte) verkoudheidsklachten heeft na ziekte kan hij/zij werken met een chirurgisch mondneusmasker type IIR of een FFP2 masker. Ook nu is er geen indicatie om te testen.