Een persoon die verdacht van of positief getest is op een maagdarminfectie-virus. Een verdenking is gebaseerd op klinische symptomen en de eventuele aanwezigheid van al andere personen binnen de groep met dezelfde symptomen.
De chef uitbraak is verantwoordelijk voor het zo goed mogelijk uit laten voeren van de infectiepreventiemaatregelen. De chef uitbraak motiveert, faciliteert, en implementeert waar nodig ten aanzien van de (extra) te nemen maatregelen ter preventie van verspreiding van uitbraak. De chef uitbraak is aangekondigd als zodanig in het team. Afgesproken is dat elkaar aanspreken wordt gestimuleerd en geaccepteerd. Zie “Taken Chef uitbraak” en “Checklist Chef uitbraak”.
Visiterende behandelaren die na het bezoek aan een afdeling hun werkzaamheden zonder verhoogd risico direct willen voortzetten op andere afdelingen. Voorbeelden van consulterenden zijn S.O., fysiotherapeut, ergotherapeut en geestelijk verzorger.
Cohort
Een zo klein mogelijke eenheid van cliënten en medewerkers die ziek zijn of (intensief) contact hebben gehad met zieken. Het betreft vaak een groep of afdeling, maar splitsen van een afdeling in (besmet) cohort en cliënten/medewerkers die niet “at risk” zijn geweest, is zinvol. Hiervoor moeten wel alle minimaal benodigde zorgfaciliteiten op beide delen van de afdeling aanwezig zijn of voorzien kunnen worden. Denk aan afvoer urine/ontlasting, huiskamer en splitsing personeel. Houd bij het maken van keuzes rekening met het gewenste woongenot van de cliënten.
Formule ten behoeve van bepalen kleurcode
Isoleerbare cliënt
Een cliënt die gedurende de gehele isolatieperiode (naar verwachting) op zijn/haar kamer blijft. Een cliënt is isoleerbaar wanneer:
deze uitsluitend op de eigen kamer verblijft gedurende de besmettelijke periode (besmettelijke periode is tot 48 uur na klinisch herstel; klinisch herstel betekent geen braken en een voor de cliënt normaal defecatiepatroon) of een “Bristol score” lager dan 5)
deze uitsluitend het eigen toilet en douche gebruikt
geen direct (lichamelijk) contact heeft met andere cliënten. Andere cliënten komen dus niet op de kamer van de isolatiecliënt.
Een cliënt die niet gedurende de gehele isolatieperiode (naar verwachting) op zijn/haar kamer blijft en/of niet alleen het eigen toilet en/of douche gebruikt en/of direct contact heeft met andere cliënten.
Maagdarminfecties
Maagdarminfecties ontstaan door een infectie met een virus, bacterie of parasiet. Die veroorzaken een ontsteking aan het slijmvlies van de maag en/of darmen. Een virale maagdarminfectie begint vaak plotseling en veroorzaakt symptomen zoals overgeven, buikkrampen, diarree en koorts. Maagdarminfecties worden ook wel gastro-enteritis (GE) genoemd. We spreken over een maagdarminfectie en dus zieke cliënt als de cliënt / medewerker braakt en/of diarree heeft volgens Bristol score 5 t/m 7.
Persoonlijke bescherming middelen zoals handschoenen, spatbril, een schort en een masker.
Risicocontact
Een persoon die tot 24 uur voor symptomen onvoldoende beschermd contact heeft gehad met ontlasting en/of braaksel van een (nu) ziek zijnde cliënt. Met onvoldoende beschermd wordt hier bedoeld dat één of meerdere voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) niet gedragen zijn.
Zieke cliënt
We spreken in dit draaiboek over een maagdarminfectie en dus zieke cliënt als de cliënt/ medewerker braakt en/of diarree heeft volgens “Bristol score” 5 t/m 7.